Een tweedehands huis. Nou ja, er zijn veel meer handjes doorheen gegaan in de loop van de decennia. Eeuwen. De laatste veertig jaar het thuis van een respectabele dame. Ze scheidde van tafel en bed van haar man toen ze in de vijftig was en ging op zichzelf wonen. De meeste van haar elf kinderen waren inmiddels uitgevlogen. Alleen de jongste dochter heeft nog een paar jaar bij haar moeder in dit huis gewoond. Ze had haar eigen kamer. Op zolder. Favoriete plek van veel tieners en jongvolwassenen, ook Franse blijkbaar. Eventuele opstandigheid over de verhuizing of scheiding verdween vast snel als sneeuw voor de zon; ze kreeg in haar kamer een complete muur met fotobehang van een palmenstrand. Om bij weg te dromen. Ze vond het prachtig, want het hangt er nog steeds. Als een wat vervreemdend eighties-reliek in dit oude huis.
‘Als muren konden praten’ zeggen ze weleens. Nou, dat kunnen ze. Met hun eigen taal: stenen, stuc of behang. En behangen, daar zijn Fransen meesters in. We gaan op ontdekkingstocht door het huis, want het zal grotendeels eraf moeten. Zeker waar de kat des huizes met haar nagels alvast was begonnen. Het aantal lagen valt relatief mee – nergens meer dan vijf. En ieder nadeel heb z’n voordeel: een hoge luchtvochtigheid maakt het makkelijker. Al snel lagen overal repen, stroken en snippers. In de gang, de keuken, de eetkamer, het trappenhuis, de badkamer. Want in het voorbijlopen een hoekje lospeuteren gaf snel de voldoening van weer een hele baan op de grond. En een hoop rommel in de lange gang met het vochtprobleem. Hele stukken stuc komen net zo makkelijk mee.
We proberen het wel voorzichtig te doen. En ik heb het – volgens Robin totaal onzinnige – idee om van ieder motief een stukje te bewaren. Dus zomaar losrukken, nee dat kan écht niet. Wat ik met het groeiende stapeltje ga doen? Geen idee nog. Het was overigens Robin die de eerste echte ontdekking deed. ‘Kom eens kijken!’ riep hij vanuit de kamer met Lorraine schouw en kast. Onder de vensterbank was hij het behang aan het lostrekken. Opeens stuitte hij op een grijzige ondergrond, met daarop een geschilderd sierrandje. Heel simpel, een dubbele streep van groenig en roodbruin. Sporen van een rechthoekig kader onder het raam. Wow! Mijn hart maakt een sprongetje, alsof die paar centimeter verf een belangrijke archeologische vondst is. Helaas komt het niet ongeschonden onder het behang uit, maar we willen zoveel mogelijk bewaren.
Andere behangverrassingen zijn het onvervalste jaren ’80 oranje-bruin-witte-cirkel-behang om de watersteen en planken in de Lorrainekast. Het zat er ondersteboven op, met de witte kant naar buiten. En dat er achter het behang in de zonkamer geen stenen muur zit aan de trappenhuiskant, maar een wand van houten staande planken. Zo vertelt het huis heel langzaam steeds meer over haar bewoners en geschiedenis. Dat er ooit bij de aanleg van elektriciteit de leidingen en dozen in de muren zijn aangebracht, maar dat latere uitbreidingen meer houtje-touwtje zijn gedaan met losse snoeren langs plafonds en plinten. De ontdekking dat in de grote slaapkamer ook een kachelopening zit – er was gewoon over het gat heen behangen – is ook een aangename verrassing.
Bij het loshalen van het behang in een nis halverwege in een muur, bleek dat de onderste plank los lag. Een donker gat kwam tevoorschijn. ‘Waar is mijn mobiel nou weer…’ Eenmaal gevonden met het lampje erin schijnen, ontdekten we dat de nis daaronder tot op vloerniveau doorloopt. Misschien ooit een kast, of een deur? In ieder geval is het daarna tot halverwege dichtgemaakt. En behangen. De ruimte was leeg. Geen lijk. Of schat. Minder spannend zijn de berekeningen op de tweede verdieping op de kale muur. Al zie ik dan wel meteen een scherp potlood in een knuistige hand van een bouwmeester voor me. En de vooralsnog enige scheur die we hebben ontdekt. Geen nieuwe rampen of rampjes gelukkig.
De volgende dag werd ik weer geroepen. Nu naar de gang, bij de achterdeur. De groenige ondergrond met een soortgelijk sierrandje net boven lambriseringhoogte had hij al ontdekt. Maar nu was de bovenkant aan de beurt en wat bleek toen ik op het trapje stond… er zit een bredere sierrand. Met een stempelpatroon van geometrische donkergroene blaadjes en bruinrode druifjes. Eenvoudig, maar echt art deco. Prachtig! Het is allemaal enorm kwetsbaar en op veel plekken niet te redden omdat er harde gele stuc/cement overheen zit. Ik heb inmiddels al uren – met liefde – gewerkt aan het millimeter voor millimeter vrijmaken van de oude onderlaag. We hopen uiteindelijk een stukje van de gangmuur in originele staat te kunnen terugbrengen.





